Een zonnepaneel bestaat in principe uit een aantal in serie geschakelde zonnecellen plus een zogenaamde bypassdiode (die beschadiging van het paneel voorkomt wanneer het gedeeltelijk wordt overschaduwd). Wanneer namelijk bij serieschakeling van zonnecellen één cel in de schaduw ligt, dan gedraagt die cel zich als een (gewone) elektrische verbruiker. Hierdoor kan deze cel door oververhitting vernield worden (hotspot effect). Vroeger werden ronde zonnecellen in zonnepanelen gebruikt, waardoor het blijkt welke invloed de intensiteit van de zoninstraling op stroom en spanning van de zonnecel heeft. Normaliter zijn de cellen van een zonnepaneel door de fabrikant al beveiligd met bypassdioden zodat de maximale stroom door een cel tot een veilige waarde begrensd wordt. Voor de aansluiting van deze dioden worden de cellen opgedeeld in reeksen ('strings') van 12 tot maximaal 24 stuks die elk met een eigen diode zijn beveiligd. De opgave van het rendement van een zonnepaneel heeft altijd betrekking op het totale oppervlak van dat paneel, dus inclusief het frame. Daarom is het rendement van een zonnepaneel altijd iets lager dan dat van een enkele zonnecel. Uit de hierboven genoemde eigenschappen van een zonnecel zal in elk geval duidelijk zijn geworden dat de cel het meest effectief is omstreeks het middaguur op een koele zomerdag bij wolkenloze hemel. Het rendement van een paneel aanzienlijk verslechterde omdat een groot deel van het oppervlak van het paneel ongebruikt bleef. Tegenwoordig worden in zonnegeneratoren uitsluitend panelen met vierkante zonnecellen toegepast waardoor het rendement van het paneel wordt vergroot en ook het voor de generator beschikbare oppervlak efficiënter wordt benut. Doorgaans is een zonnepaneel voorzien van een aansluitdoos waarin de afzonderlijke strings in serie worden geschakeld en waarin ook de bypassdioden een plaatsje hebben. Bovendien worden hier meestal de aansluitkabels naar buiten gevoerd zodat de afzonderlijke panelen snel kunnen worden aangesloten resp. tot een complete zonnegenerator kunnen worden gecombineerd.
Op grond van het eerste lid van artikel 3 van het Warenwetbesluit Thee, een Warenwetbesluit dat gebaseerd was op een Benelux beschikking, mocht de labels 'thee' uitsluitend worden gebruikt voor de in artikel 1, eerste lid, onder a, van dat Warenwetbesluit omschreven "bladknoppen, jonge bladeren, bladstengels en jonge stengeldelen van variëteiten van de soort Camillia sinensis (L) 0. Kuntze", ofwel van de originele theeplant. Het is dan ook jaren de vraag geweest of genoemde labels 'rooibos thee', Venkelthee' of 'kruidenthee', waarin de omschreven theeblaadjes niet aanwezig zijn, wel gebruikt mogen worden. Het moet het antwoord zijn op de vraag: "Wat voor levensmiddel het?" Een dergelijke labels moet voldoen aan de voorschriften zoals die gegeven zijn in het WEL. Het Warenwetbesluit Thee is inmiddels ingetrokken (Stb.2004,599). Binnen de Europese Unie bestaat er geen geharmoniseerde wetgeving voor thee en dat heeft tot gevolg dat de labels ofwel de benaming moet worden vastgesteld op basis van artikel 4 van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen. Bij een verdere bestudering van de wetgeving blijkt dat onder meer in bijlage III bij de Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen, op de pagina's 26,27 en 32 de labels 'kruidenthee', Vloeibaar vruchten en kruidentheeconcentraat' en 'gearomatiseerde kruidenthee' worden genoemd. Die Warenwetregeling is gebaseerd op de Europese richtlijnen 95/2/EG7, 96/85/EGB en 98/72/EG9 en de labels zijn letterlijk uit die richtlijnen in de Warenwetregeling overgenomen. Op grond van het bepaalde in artikel 4, eerste lid, onder c van het WEL moet een eet of drinkwaar worden aangeduid met een "omschrijving van de betrokken waar en zo nodig van de wijze waarop die waar kan worden gebruikt, welke zo duidelijk is gesteld dat de koper de ware aard van de waar kan begrijpen en haar kan onderscheiden van waren waarmee die waar zou kunnen worden verward". Tegen het gebruik van labels als 'kruidenthee' of 'vruchtenthee' bestaat dan ook geen bezwaar. Ingeval een product is samengesteld uit 'thee' en andere bestanddelen, zoals kruiden of vruchtenbestanddelen, dan moet de labels van een dergelijk product overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, eerste lid, onder c van het WEL worden aangeduid met een 'omschrijving van de waar' die zodanig duidelijk wordt gesteld dat de koper de ware aard kan begrijpen en de waar kan onderscheiden van waren, waarmee deze zou kunnen worden verward.